De Pers

Terwijl de goudsmid met uitsterven wordt bedreigd, loopt de zaak van Laurie en Annelyn als een trein.

‘Dit is echt een liefdeswinkel’, lacht Annelyn Angenent. ‘Zoals laatst met Valentijn, dan komt hier een jongen van zestien die een ring wil laten ontwerpen en maken voor zijn vriendinnetje. Daar heeft hij dan wekenlang onwijs veel borden voor staan afwassen, zó schattig.’

Terwijl Angenent vertelt, schenkt haar compagnon Laurie Hermeler ondertussen in het kleine keukentje achter in de galerie de zelfgemaakte cappuccino in. Samen hebben deze jonge meiden (27 en 28 jaar oud) sinds 3,5 jaar goudsmederij LA in het centrum van Leiden.

Angenent en Hermeler zitten nog na te genieten van de uitreiking van de BetoveRING, eerder deze week in de Efteling. Om aandacht te vragen voor het noodlijdend beroep van goudsmid, dat volgens de Vereniging Goud- en Zilversmeden met uitsterven wordt bedreigd, was een ontwerpwedstrijd uitgeschreven. Van de 78 inzendingen werd zowel Hermeler als Angenent genomineerd. ‘We vinden het niet erg dat we niet gewonnen hebben, de nominatie was al supertof’, lacht Angenent.

Fröbelen

Hoewel de naam wellicht anders doet vermoeden, maakt een goudsmid meer dan alleen gouden sieraden. In de etalages in Leiden liggen sieraden van verschillende materialen, waaronder ook zilver. Dat goudsmederij een ambacht is, daarvan getuigt ieder sieraad dat de dames gemaakt hebben, het zijn stuk voor stuk kunstwerkjes. Dat komt ook omdat de compagnons gebruik maken van bijzondere stenen die vaak al een heel speciaal patroon hebben. En als ze zonder stenen werken, bedenken ze wel iets anders. ‘De gleuf in deze ring is bijvoorbeeld gevuld met nagellak’, legt Hermeler uit. ‘Als je de kleur zat bent gooi je het in het aceton en maken wij er een nieuwe kleur in.’

In de kleine, lichte winkel hangt de rechtermuur vol gereedschap: hamertjes, nog meer hamertjes, beitels, vijlen en tangen. Daarvoor staan twee werkbankjes. ‘Hier zitten we elke dag te fröbelen’, zegt Angenent en gaat op de stoel zitten. ‘Kijk, dan zitten we zo geconcentreerd te werken’, zegt ze, voorover gebukt boven haar bureau. De andere muur dient als vitrine. En de kassa? ‘Oh die is hier.’ Lachend schuift Angenent een deurtje open en haalt er een houten bakje met wat papiergeld uit.

Hoewel andere goudsmeden klagen over de crisis, hebben Angenent en Hermeler daar totaal geen last van. ‘We hebben het echt altijd druk. Met bestellingen, reparaties, ontwerpen.’ Dat de meiden geen tijd hebben om stil te zitten, komt met name door mond-tot-mondreclame. ‘We maken natuurlijk vaak sieraden die gegeven worden op feesten, dan ziet iedereen het en komen ze later hier. ‘Je hebt zoiets prachtigs gemaakt voor die en die, dat wil ik ook’, zeggen ze dan.‘

Ook komt het voor dat hele vriendenclubjes er hun trouwring komen laten ontwerpen. ‘Zoals cabaretier Jochem Myjer. Die woont hier in de buurt en kwam binnenlopen voor een sieraad, nu hebben we al heel veel mensen uit zijn vriendenkring over de vloer gehad.’

Zwanger

Het grootste probleem waar goudsmeden tegenaan lopen is dat mensen denken dat het heel duur is, een eigen sieraad laten maken. ‘Maar dat is echt helemaal niet zo. Voor een trouwring ben je bij ons meestal niet veel duurder uit dan bij een juwelier, misschien ietsjes meer.’ Ook met een krap budget is er hoop. ‘De prijsklasse tussen de 150 en 200 euro voor een ring is bij ons heel populair.’ Het bijzondere van een sieraad kopen bij een goudsmid, is dat je het helemaal naar eigen wens kunt ontwerpen en je dus een uniek sieraad hebt.

‘Het is oprecht heel mooi werk. Mensen komen hier altijd uit liefde. En we maken ze vaak een hele lange periode mee. Eerst komen ze hun verlovingsring laten maken, dan de trouwring en een jaar of wat later staat de man weer op de stoep omdat zijn vrouw zwanger is en hij haar graag een mooi sieraad wil geven.’ Ook krijgen ze wel eens het bijzondere verzoek om as of haar van een overleden dierbare te verwerken in een ring.

‘Mensen komen hier altijd met een verhaal, dat is soms zo ontroerend dat wij er zelf emotioneel van worden.’

Maart 2010